Uitreiking DIG door minister-president J. P. Balkenende aan S.W. Timisela
Den Haag 23 augustus 2010

Hier vind je de toespraak van Selwyn op You Tube

Van de speech van minister-president Balkenende zijn geen beelden,
wel is deze door één der aanwezigen opgetekend en uitgetypt.

Mijnheer Timisela, dames en heren,

Hartelijk welkom op het ministerie van Algemene Zaken.
Vandaag is een bijzondere dag. Voor u, maar ook voor mij, want dit voor het eerst dat ik het Draaginsigne Gewonden uitreik.
Toch heb ik om 2 redenen niet geaarzeld om ja te zeggen op uw verzoek. De eerste reden is dat ik mensen nu eenmaal een plezier doe. Maar de tweede reden is veel belangrijker. Ik vind namelijk dat Nederland zijn veteranen veel dank en respect is verschuldigd. Zeker als het gaat om mensen als u, die de gevolgen van hun uitzending nog jaren en soms levenslang met zich meedragen.
Dat besef dringt de laatste jaren gelukkig ook door. De veteranen uit Indië en Korea konden hun verhaal nauwelijks kwijt toen ze terugkwamen naar Nederland. Daar zijn genoeg schrijnende voorbeelden van. Langzaamaan is daar verandering in gekomen. Dat zien we b.v. terug in de instelling van het Draaginsigne Gewonden (DIG) in 1990, in de oprichting van het Veteraneninstituut in 2000 en natuurlijk elk jaar de Veteranendag.
Veteranendag is in een paar jaar uitgegroeid tot een traditie die niet meer is weg te denken. Het is een moment waarop Nederland zijn dankbaarheid uitspreekt in de richting van al die mannen en vrouwen die actief zijn geweest in brandhaarden over de hele wereld. Voor mij persoonlijk is het elk jaar opnieuw een hoogtepunt van kameraadschap en saamhorigheid. Een prachtig evenement.
Maar wat ik op Veteranendag ook altijd weer merk, is hoe moeilijk het voor het thuisfront is om te begrijpen wat een uitgezonden militair meemaakt. Wat de confrontatie met geweld en chaos met iemand kan doen. Dat is ook heel moeilijk uit te leggen. Een van de Nederlandse aalmoezeniers die destijds actief was in Libanon schreef daar rond 19809 het volgende over: Je moet er geweest zijn om alles te kunnen beoordelen. Want wie begrijpt de brieven die zijn geschreven na een onverwachte beschieting? Wie verstaat het zwijgen van zoon of man, die na 4 of 6 maanden terugkeert uit Libanon?
U mijnheer Timisela, bent één van die meer dan 9000 mannen die tussen 1979 en 1985 hebben gediend in Libanon, in een ongelooflijk complexe situatie hebt u zich daar ingezet voor rust, stabiliteit en veiligheid. En dat met maar een belang voor ogen: het belang van de Libanese bevoking.
U bent daar niet zonder krassen op de ziel vandaan gekomen en daarvoor ontvangt u vandaag het DIG. Tegelijkertijd begrijp ik dat u actief en strijdbaar in het leven bent blijven staan. Vulneratus nec Victus staat op deze onderscheiding. Gewond maar niet verslagen. Het zijn woorden die bij u passen
En laat ik hier ten overstaan van uw dierbaren, nog maar eens benadrukken hoe speciaal deze onderscheiding eigenlijk is. De criteria zijn zeer streng. Van alle actieve Nederlandse militairen na 1940 (± 650000) hebben slechts 4000 mannen en vrouwen deze onerscheiding ontvangen, minder dan 1 procent. U treedt vvandaag dus toe tot een select gezelschap.
Ik ga u nu dit bijzondere ereteken opspelden mijnheer Timisela. Met mijn felicitaties en dank voor alles wat u als militair in Libanon namens Nederland voor anderen hebt gedaan.